Ga naar pagina inhoud

In de Founder’s Seat: Iona Mulder

Een interview met The Good Spice

The Good Spice wil de specerijenhandel smaakvoller én eerlijker maken. Het bedrijf werkt rechtstreeks samen met kleinschalige boeren over de hele wereld en haalt Single Origin Spices via korte handelsketens naar Nederland. Zo krijgen boeren een eerlijke prijs en blijven specerijen verser en smaakvoller dan wanneer ze jarenlang via verschillende tussenpartijen onderweg zijn.

Voor The Good Spice begint beter koken bij weten waar je ingrediënten vandaan komen. Met uitgesproken smaken en bijzondere herkomsten willen ze mensen aanmoedigen om nieuwsgieriger te koken, meer te experimenteren en bewuster te kiezen. We spreken met founder Iona Mulder over het veranderen van een traditionele handelsketen, ondernemen met impact en hoe eerlijke handel uiteindelijk ook gewoon veel lekkerder kan zijn.

Vandaag in de Founder’s Seat:

Iona Mulder, oprichter van The Good Spice

Wat is jouw favoriete specerij en waarom?

“Poeh… het voelt net alsof ik moet kiezen wie mijn favoriete kind is. Op dit moment zit ik in de fase van Cassia-kaneel. Je hebt namelijk twee verschillende soorten kaneel: Ceylon en Cassia. Ceylon is de kaneel die tijdens de Nederlandse bezetting in Sri Lanka onze kant op is gekomen. Deze soort staat ook wel bekend als “true cinnamon”, maar dat is eigenlijk een marketingtruc. Mensen zien Ceylon-kaneel als beter, maar het is gewoon een andere soort. Ceylon is wat zachter, zoeter en frisser, en Cassia is wat steviger en lekker voor in curry. Je kunt het bijvoorbeeld in stukjes gebruiken in een wokgerecht, dan heb je meteen iets bijzonders.”

Welk probleem lossen jullie op (welke SDG)?

“We zijn ruim zes jaar geleden begonnen om twee redenen: de kwaliteit van specerijen verbeteren en een eerlijke handelsketen.

De kwaliteit van specerijen is vaak slecht; er zit weinig smaak aan. Het duurt meestal, vanaf het moment van oogsten, twee of drie jaar voordat een specerij op jouw bord ligt. Er zitten soms wel acht partijen tussen die allemaal hun eigen voorraad hebben en winst willen maken. In dat hele proces gaat enorm veel smaak verloren. Als je in de regio bent waar de specerij vandaan komt, dan proef je dat deze veel meer smaak heeft! Het kan dus echt veel beter.

De tweede reden is ontstaan toen ik vrijwilligerswerk deed bij een koffiehandelaar. We weten steeds beter wat er allemaal misgaat in de handel in chocolade en koffie, maar met specerijen is er een vergelijkbare problematiek. De natuur en boeren worden uitgebuit en er is een enorme geschiedenis die ook een rol speelt. Daar ben ik ingedoken en dat wil ik echt helemaal anders doen. Wij werken met kleinschalige boeren, hebben daar direct contact mee en oefenen geen druk uit op de boeren om het productieproces te versnellen. Want ook dat gaat natuurlijk weer ten koste van de natuur én de smaak van het product.”

Hoe snel zou je een specerij dan eigenlijk moeten opeten?

“Hoe sneller, hoe beter. Gemalen specerijen binnen twee jaar en ongemalen binnen drie jaar.”

Jouw specerijen zijn niet de goedkoopste. Hoe overtuig je de consument van jouw product?

“De focus ligt in onze communicatie op de smaak, want dat overtuigt. De meeste mensen kopen onze specerijen dan ook omdat ze beter smaken.

De groep die het wil kopen omdat het beter is voor de boeren en de natuur, is veel kleiner. We hebben ook een grote uitdaging op dat vlak: onze specerijen zijn niet gecertificeerd, ondanks dat vrijwel al onze producten volledig biologisch én fairtrade zijn en vaak zelfs regeneratief verbouwd worden. En om in winkels te liggen zoals Ekoplaza moet je gecertificeerd zijn, denk aan biologisch, Fairtrade, of Rainforest Alliance.

Omdat we werken met kleinschalige boeren, is een certificaat niet haalbaar. Dat kost namelijk wel 15 tot 60 duizend euro en is voor de meeste boeren waar wij mee werken veel te duur.

Daarom moeten wij op een andere manier het vertrouwen van de consument winnen. Dat doen we onder andere door het verhaal van de boer zelf te vertellen. Op bijna alle plekken waar onze specerijen vandaan komen zijn we zelf geweest. En dat is dan niet even een kort bezoekje, maar een periode waarin we zelf ook meewerken en kunnen ervaren hoe het daar gaat. We doen daarnaast ook veel laboratoriumtesten voor voedselveiligheid, zo kunnen we precies zien of er inderdaad geen pesticiden zijn gebruikt.”

Je verkoopt specerijen, maar ondertussen probeer je een hele handelsketen te veranderen. Wanneer merkte je, dit is veel groter dan gewoon een mooi product verkopen?

“Dat was vanaf de start onderdeel van de missie. Ik wist toen al hoe de handel in elkaar zit. De koloniale mindset zit er gek genoeg nog steeds in bij veel mensen. Zij willen een product hebben voor de prijs die zijzelf bepalen en zetten boeren daarmee onder druk. Tegelijkertijd zetten we ontwikkelingssamenwerkingen op in datzelfde land. Dat voelt voor mij heel tegenstrijdig. Waarom geven we niet gewoon een normale prijs voor het product, en waarom gaan we niet normaal om met kleinschalige boeren zoals we in Nederland doen?”

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

The Good Spice is ingericht als ‘steward-owned’ bedrijf. Wat houdt dat in?

“De VOC is begonnen met het aandelensysteem. Dat zorgt ervoor dat de focus ligt op snel geld verdienen voor aandeelhouders, en dat is eigenlijk het tegenovergestelde van wat wij willen. Daarom is The Good Spice al sinds 2023, toen we een BV werden, voor 95% steward-owned. Wij denken liever na over de lange termijn en laten zien dat je daarmee gewoon een gezond bedrijf kunt neerzetten. De missie nastreven en geld verdienen gaan hand in hand.

De aandelen zijn ingericht volgens het format van het gouden aandeel. Dat betekent dat je de structuur van het bedrijf niet kunt veranderen, omdat je daarvoor 100% van de stemrechten nodig hebt. Eén aandeel, het gouden aandeel, gaat naar een stichting die de missie van het bedrijf bewaakt. Dit aandeel is nog niet uitgegeven, vandaar dat we dus nog niet 100% steward-ownership kunnen claimen. Het gouden aandeel willen we waarschijnlijk volgend jaar uitgeven of als we externe aandeelhouders krijgen.”

Het interview gaat verder onder het blok over steward ownership.

Over steward-ownership

Steward-ownership is een ondernemingsvorm waarbij zeggenschap en economisch eigendom van elkaar gescheiden zijn, zodat een onderneming zich optimaal kan richten op zijn bestaansreden

De principes van steward-ownership:

  • Zelfbeheer
    Zeggenschap is in handen van stewards: mensen die verbonden zijn met het bedrijf en de missie. Zeggenschap kan niet verkocht worden.
  • Winst dient de missie
    Winst is een middel en geen doel op zich. Winst dient de missie en ontwikkeling van het bedrijf en wordt opnieuw geïnvesteerd of gedoneerd in lijn met de missie.

Bron: https://wearestewards.nl/steward-ownership/

Hoe is The Good Spice gefinancierd?

“We hebben in 2024 funding gekregen van Stichting DOEN en in 2025 van de Rabo Foundation. En op 1 september hebben we te horen gekregen dat we een nieuwe investering ontvangen van zowel Stichting DOEN als Rabo Foundation! Daar zijn we heel blij mee.”

En wat gaan jullie dan doen met het geld?

“We hebben de afgelopen jaren geleerd dat onze kracht ligt in het online verkopen van specerijen. Daarom willen we vol investeren in het uitbreiden van de webshop.

We zijn ook met kwaliteitsrestaurants bezig, maar de marges staan erg onder druk en wij zijn natuurlijk niet de goedkoopste. Daarnaast willen koks hun bestelling binnen één werkdag hebben. Ik heb zelf twee jaar gewerkt als kok, dus ik weet wel hoe het werkt en begrijp het ook. Daarom focussen we momenteel meer op thuiskoks.”

Wij zien het al helemaal voor ons, een samenwerking van The Good Spice met Ottolenghi, hij die verantwoordelijk is voor de Sumak- en Za’atar-trends. Wat denk je ervan?

“Zeker! Ik kook zelf regelmatig recepten uit zijn boeken en ik denk ook dat veel Nederlanders met dank aan Ottolenghi meer met specerijen zijn gaan koken. Dat zorgt voor een grotere markt voor ons. We kunnen dus in zekere zin zeggen dat zijn invloed heeft bijgedragen aan het succes van The Good Spice.

Ik ben alleen wel een beetje teleurgesteld in de kwaliteit van de specerijen die hij verkoopt. Dus ik zou heel graag een samenwerking willen starten.”

Welke specerijen zie je momenteel het meest onder druk staan door klimaatverandering?

“Heel eerlijk? Bijna allemaal.

Een voorbeeld: paprikapoeder komt uit Hongarije. Dat is een ander soort paprika dan je hier vindt in de Nederlandse supermarkt. Ze zijn veel kleiner. De oogsten daarvan staan onder druk. Het is echt heel erg heet in Hongarije, soms wel 45 graden Celsius, en dat beschadigt de paprika. Maar het gaat veel verder, want als het zo doorgaat met de droogte, dan kan er straks helemaal geen paprika meer verbouwd worden in dat land.”

Jullie zijn onlangs verhuisd van SoZa naar de Caballero Fabriek. Hoe bevalt het op de nieuwe locatie?

“Het is heel anders. We zijn gewend dat we tapijttegels hebben en nu hebben we een hele mooie vloer. We zitten er pas een maandje, dus ik kan er verder nog niet veel over zeggen, maar het is echt een fijne plek.” 

Denk even terug aan het eerste jaar dat je aan de slag ging als ondernemer. Als je jezelf met terugwerkende kracht één tip of advies mag geven, wat zou dat dan zijn?

“Zorg meteen voor een supergoede boekhouder en co-founder!”

Wat betekent jouw bedrijf voor de stad Den Haag?

“Er worden veel leuke dingen gedaan hier. KiCo is voor ons een hele goede match, die ken ik al best lang vanuit de impacthoek in Amsterdam. En stiekem zou ik heel graag in The New Farm willen zitten, want daar zitten veel food ondernemers. Maar qua bereikbaarheid van de locatie is het voor ons minder handig. En het Haagse impactnetwerk is fijn.”